Stoppen met werken – waarom deed ik het en hoe bevalt het?

Het is inmiddels vijf maanden geleden dat ik de stap heb gemaakt om te stoppen met werken. Een hele stap, dat was het ook echt. Een aantal jaar geleden had ik je voor gek verklaard als je me verteld had dat ik zou stoppen met werken. Want hoe fijn is het om aan je eigen ontwikkeling te werken, om doelen te bereiken en ambities waar te maken? En de hele dag met de kinderen thuis zitten, dat zag ik niet zo voor me…

Wat deed ik voor werk?

Ik heb vanaf dat ik mocht, altijd wel gewerkt. Het begon met van die zomerbaantjes, waarin je vijf weken achter elkaar stond te bikkelen achter een lopende band. Daarna elk weekend op de zaterdagmarkt, brood en allerlei lekkers verkopen bij het Stoepje. Dan stond ik om 6.00 in de ochtend al te blauwbekken, maar goed, het was toch lekker wat geld te verdienen. Tijdens mijn studie heb ik nog een tijdje achter de kassa gezeten, onder het mom ‘Dat moet je ook een keer meegemaakt hebben’. En toen ik met mijn afstudeerscriptie bezig was, vond ik het wel tijd om mijn cv vast online te plaatsen. Ik rolde zo in mijn eerste echte grote mensen baan: ik werd junior consultant bij een adviesbureau.

Daar ging ik dan, met mijn leaseautootje en laptop racete ik heel Nederland door. Ik ging langs gemeenten en veiligheidsregio’s en hielp ze hun processen te optimaliseren en efficiënter in te richten. In het begin een beetje spannend, maar ik groeide steeds meer in mijn rol en had het naar mijn zin. Toen Aaron en Marc waren geboren, vond ik het handiger om wat dichter bij huis te kunnen werken.

Marc was een half jaar toen ik aan de slag ging bij een gemeentelijk samenwerkingsverband. Ik werd weer consultant, maar mocht nu gaan adviseren over informatiemanagement en de inzet van software om het werk makkelijker, beter en efficiënter te maken. Ik mocht mijn rol ook heel vrij invullen, dus de ene keer gaf ik alleen advies en de andere keer nam ik ook projectleiding op me. Wat nodig was om een stap verder te komen, dat mocht ik doen. Super leuk dus!

Alleen maar leuk dan, dat werken?

Natuurlijk, het was niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Ik vond de overstap naar een overheidsorganisatie best een ding, omdat je – zacht gezegd – een lange adem moest hebben om dingen voor elkaar te krijgen. Het vroeg doorzettingsvermogen, strijdlustigheid en een dikke huid, want één ding is zeker: die verdraaide systemen doen nooit helemaal wat je wilt. Toch had ik het er voor over, want ik genoot van het samenwerken met zoveel verschillende mensen en het werkend krijgen van een nieuw concept of systeem.

Toen we steeds meer zorgen kregen over Marc zijn ontwikkeling, kwamen we er ook achter dat ik in verwachting was van Liz. We waren heel blij met haar komst, maar maakten ons ook wel een beetje zorgen hoe we dit alles moesten gaan combineren. Na alle opties uitgebreid besproken te hebben, gingen we het gewoon proberen. Als het niet zou lukken, zou ik altijd nog kunnen stoppen met werken. Tijdens mijn verlof startte Marc op het Kinderdagcentrum, en toen ik weer ging werken ging hij daar drie dagen in de week, van 9.00 tot 15.00 naar toe. We combineerden kinderopvang, gastouderschap en de BSO voor Liz en Aaron. En we hadden een heel logistiek schema voor Marc, want we reden hem zelf heen en weer naar Alblasserdam. Gelukkig namen mijn schoonouders ook wat ritjes voor hun rekening.

Het begon te wringen

Het was druk, het was hectisch, maar goed… we hielden de ballen voorlopig in de lucht. Toch begon het te wringen. Het voelde alsof ik aan het overleven was, en probeerde ‘vol te houden’ totdat… ja tot wat eigenlijk? Tot de kinderen groter zouden worden? Tot Marc vijf dagen in de week naar school zou gaan?

In die tijd verdiepte ik me steeds meer in autisme en stuitte op de theorieën rond voeding en het verband tussen glutamaat en autisme. Ik wilde hier zo graag mee aan de slag, omdat ik het gevoel had dat we hier echt iets mee moesten. We lieten een urinetest in Amerika uitvoeren en maakten een plan om met Marc zijn voeding aan de slag te gaan. Kleine veranderingen hadden we al doorgevoerd, maar nu moest het gebeuren. Ik nam twee weken vrij om recepten uit te werken, ingrediënten in te slaan en voorbereidingen te treffen. De tweede week hield ik Marc ook thuis om hem te helpen met de omslag en hem goed in de gaten te kunnen houden.

Voor die twee weken ging het naar mijn idee al steeds slechter op mijn werk. Ik was gestrest, kom me niet concentreren en kreeg naar mijn gevoel maar weinig uit mijn handen. Ook kwam ik soms niet meer uit mijn woorden, of kon niet op een woord komen. Ik had mijn strijdlust thuis al zoveel in moeten zetten, dat ik voor mijn werk nog weinig over had. Dat voelde voor mij niet goed, dus ik wist dat er wat moest veranderen. Daarom plande ik een gesprek in met mijn leidinggevende, om aan te geven dat het zo niet ging.

Ik wilde eens kijken of ik tijdelijk minder uren zou kunnen werken. De afspraak werd een paar keer verzet en zou uiteindelijk na mijn twee weken vrij plaatsvinden. En toen… zaten we ineens allemaal thuis. De Corona-crisis was daar en iedereen moest enorm schakelen om werk en thuisonderwijs te combineren. Het gaf mij juist een beetje ruimte om terug te schakelen en er te zijn voor mijn gezin. Jaco en ik werkten allebei halve dagen, maar in die halve dag kon ik wel lekker knallen.

De keuze: ik ging stoppen met werken

En zo hield ik het weer een tijdje vol. Maar bij het idee dat we na de Corona-crisis weer volle bak naar kantoor moesten, brak het zweet me uit. Hoe gingen we dat combineren met Marc zijn dieet en de logistiek? Het begon me steeds meer tegen te staan dat we alle ballen weer in de lucht moesten gaan houden. Aan de andere kant vloog het me ook naar de keel als ik dacht aan wat ik zou weggooien. Ik had toch gestudeerd en een goede baan? Ga ik mijn collega’s dan niet missen? En lukt dat financieel dan wel?

Na alles tien keer doorgerekend te hebben, en met elkaar, familie en vriendinnen gesproken te hebben, was de keuze dan toch gemaakt. Ik wilde dit. Niet voor altijd, maar voor nu. Niet meer overleven, maar leven. Ik ging stoppen met werken. Ik wilde me meer richten op ons gezin, en me daar niet schuldig over voelen. Want als ik eerlijk was, waren de prioriteiten al een tijd lang verschoven naar mijn gezin.

Ik wilde meer kunnen uitzoeken voor Marc, verder graven naar onderliggende oorzaken van zijn autisme. Nieuwe recepten uitproberen, zodat hij wat meer variatie zou krijgen in zijn voedingspatroon. Ik wilde van Liz kunnen gaan genieten, want ze werd al weer twee jaar. Ik wilde dat Aaron volop met vriendjes zou kunnen spelen, en niet naar de BSO hoefde waar hij het niet naar zijn zin had. En last but not least wilde ik ook nog een beetje gezellig blijven voor Jaco. Dus, de kogel was door de kerk… ik ging stoppen met werken.

En hoe bevalt het nu?

Fast forward naar vandaag. Hoe bevalt het nu en is het de juiste keuze geweest?

Heel eerlijk, ik heb echt even moeten wennen. Ik had heel wat opgegeven, dus dat mocht niet voor niets zijn. Elke dag maakte ik een to do lijst, waar natuurlijk lang niet altijd alles van gedaan werd. Het lastige vond ik een nieuw ritme te vinden, terwijl ik ook flexibel moest blijven. Want met drie kinderen loopt alles echt niet zoals je het plant.

Tijdens de tweede lockdown was het fijn om ons niet druk te hoeven maken hoe we werk en thuisonderwijs moesten combineren. In die periode kwam ook de diagnose Kleefstra type 2 nog om de hoek kijken. Al met al een periode waarin ik niet heel goed in mijn vel zat, maar wel de tijd en ruimte had om het nieuws op me in te laten werken.

Nu de kinderen weer naar school kunnen is er weer meer rust in de tent. We zijn begonnen met een flinke tuinverbouwing en de afgelopen weken ben ik in het nieuwe appartement van mijn zusje wezen klussen. Fijne projecten om je gedachten even te verzetten en vooral fysiek aan het werk te zijn. Zonder de hectiek van mijn baan zijn we met het hele gezin een versnellinkje teruggeschakeld en komt er ruimte voor andere dingen. En dat bevalt ons prima.

Afgelopen zondag belde mijn moeder me op, ze was nog eens in de wereld van de epigenetica gedoken. En met dat ze vertelde over wat ze had gevonden, voelde ik dat strijdlustige vuurtje weer in me aanwakkeren. Ik wil hier meer over weten en blijf doorzoeken. Het voelt goed om mijn strijdlust niet meer te hoeven verdelen over meerdere fronten. Ik weet niet waar ik uit ga komen met mijn zoektocht, maar dat geeft niet. Stapje voor stapje gaan we er voor!

Delen: